116
'Mijn lieve moeder, zus, broers'

Met dank aan: Henk Jaspers

Familie Fleuren uit Heijen was een groot gezin bestaande uit een moeder, zeven zoons en vijf dochters. Moeder Fleuren woonde met dochter Riek in een boerderij op de Berm. Omdat de reeds overleden vader uit Duitsland afkomstig was, werden de kinderen aangemerkt als Rijksduiters en moesten de zoons in Duitse dienst. Een van de zoons, Gerrit, schreef gedurende zijn diensttijd in Duitsland en Rusland deze brieven. Hij beschrijft zijn ervaringen in Rusland – de extreme kou, de slechte staat van de huizen en het eten – en bedankt zijn familie voor het sturen van sigaretten en lekkernijen. In zijn brieven is hij open over zijn heimwee naar Limburg. Zo schrijft hij: ‘Ik kan mij niet anders voorstellen, als dat ik weer eens in dat mooie Heijen (…) terecht kom, hier in dat nare Rusland wil ik niet blijven voor eeuwig.’ In alle brieven spreekt hij de verwachting uit dat hij zijn familieleden snel weer zal zien en sluit hij af met ‘veel moed en sterkte’ – ‘immer moedig, kop hoog, dat doe ik ook’. Gerrit stierf in 1943 bij Stalingrad. Van de zoons overleefden slechts drie de oorlog. Zij hadden het leger in 1944 gedeserteerd en slaagden erin via onderduiking en valse papieren onopgemerkt te blijven.

Waar

Wanneer