150
Het verhaal van Alfons Detry

Met dank aan: George Gubbels

Alfons Detry (tweede foto, tweede van rechts) was het vierde kind (van vijf kinderen) en enige zoon van Colla (Nicolas) en Maria Detry-Bastings (gehuwd 31-1-1907 te Wijlre). Fons, zoals hij genoemd werd, had intern in een internaat in Verviers gezeten en wilde priester worden. Zijn vader had echter een goede hulp nodig op zijn boerderij en een opvolger voor later. Zodoende moest Fons, nog ruim voor de oorlog, van school terug naar de boerderij op Schilberg.

12 september 1944. De bevrijder in aantocht en de bezetter op de aftocht richting Heimat. De ene wil zo snel mogelijk vooruit en de ander wil dit vertragen. Op Schilberg werpt de bezetter, op de weg van Hoogcruts naar de Planck, in de voormiddag nog vlug een barricade op. Deze wordt gemaakt door middel van het op de weg plaatsen van karren en ander daarvoor geschikt geacht materiaal. De opgeworpen barricade wordt voorzien van explosieven. Omdat de Duitsers op die plaats geen stellingen betrekken, gaan ze ook niet wachten op de Amerikanen. De barricade wordt gelaten voor wat ze is. De Amerikanen, in de opmars van 3 maanden vanuit Normandië, al lang gewend aan dit soort vertragingstechnieken, zouden bij nadering uitwijken en hun opmars vervolgen via de weilanden ter zijde. Dit zou een oponthoud van enkele ogenblikken zijn. Zij gaan er van uit dat de opruimingsdienst, die hun later volgt, de barricade opruimt.

In Noorbeek wordt gefeest. Het dorp is vrij. Frans Schreurs, van het café naast het douanekantoor op Schilberg, zegt dat burgemeester Nahon gebeld heeft, dat de Amerikanen in Noorbeek zijn en dat de barricade opgeruimd moet worden om de bevrijding voorspoedig te laten verlopen. Bewoners van Schilberg beginnen vervolgens de barricade al op te ruimen, maar weten niet dat de barricade voorzien is van boobytraps. Het is 18.30 uur als buurman Jef Cranshof, die in de barricade staat, een houten schraag er uittrekt. Dan ontploft met een oorverdovende knal de hele barricade en schiet in brand.

Fons (drie weken eerder 29 jaar geworden) wordt de lucht in geslingerd en komt om het leven. Zijn zus Fieneke (tweede foto, uiterst links) en Jef Cranshof raken zwaargewond. Fieneke krijgt een groot stuk hout van een van de spaken in de binnenzijde van haar rechter bovenbeen. Dat stuk hout steekt aan de andere zijde van het bovenbeen er weer uit en Jef Cranshof staat tot zijn middel in de vlammen en loopt ernstige brandwonden op. Fieneke en Jef worden snel de aangrenzende boerderijen binnen gedragen en op een tafel gelegd. Ze worden verpleegd door Jules Hocks en Constance Frijns (later Lardinois-Frijns) beiden van het naburige gehucht Ulvend en Johanna Hodiamont-Vliegen uit Noorbeek. Het stoffelijk overschot van Fons blijft die avond en nacht, in afwachting van de Amerikaanse opruimingsdienst, buiten liggen.

Greet Cranssen van Schilberg spreekt iets Engels, zij legt de Amerikaanse hospikken de dag daarna uit wat er gebeurd is. Fieneke en Jef worden door de Amerikanen, naar een veldhospitaal in Visé gebracht en daarna naar het Hôpital des Anglais te Luik. Jef heeft daar ongeveer 2 weken gelegen. Fieneke krijgt daar te horen dat men, gelet op de ernstige verwonding, haar been zou gaan amputeren. Dit heeft zij resoluut geweigerd. Na enkele operaties heeft Fieneke ongeveer een maand in het ziekenhuis gelegen om vervolgens thuis verder te herstellen. Het stuk hout is mee naar huis gegaan en heeft zij lang bewaard. Uiteindelijk heeft zij het stuk hout, aangetast door de houtworm, in de kachel gegooid en laten verbranden. Fieneke heeft haar hele leven met een zeer groot litteken in de binnenkant van haar rechter bovenbeen rondgelopen.

12-09-1944 had een algehele feestdag moeten zijn, maar veranderde op Schilberg in één oorverdovende klap, in een tragedie en in een dag van diepe rouw, terwijl in Noorbeek het feesten aan de gang was omdat Noorbeek al vrij was. Fons Detry werd hiermede het eerste burgerslachtoffer bij de bevrijding van Nederland. Als later een verantwoordelijke gezocht wordt, weet Burgemeester Nahon zeker dat hij geen bevel gegeven heeft om de barricade op te ruimen. Wie wel opdracht gegeven heeft tot opruiming van de barricade blijft voor eeuwig in het ongewisse. Kortom er zijn wel slachtoffers en de schuld wordt bij de Duitsers en onterecht bij de bewoners van Schilberg, die de barricade opruimden, gelegd.

In het memoriaal van de Parochie Sint Brigida noteert pastoor Wehrens: Woensdag 13 Sept. ”De heele dag door, trekt zwaar oorlogsmateriaal door Noorbeek. Overal worden de bevrijders luide toegejuicht. Er is feest! De harmonie trekt uit. Noorbeek blijkt niets te hebben geleden van den oorlog. Geen slachtoffers onder de bevolking, behalve Alfons Detry uit Schilberg, bij het opruimen van een versperring, door een landmijn gedood.”

Op dertien September 1944 wordt ten gemeentehuize, bij de Ambtenaar van de burgerlijken stand van de gemeente Noorbeek, door vader Detry aangifte gedaan van het overlijden van zijn zoon Petrus Alphonsius Detry. (derde foto) Hij verklaarde dat op den elfden September dezes jaars, ten een en twintig ure Detry, Petrus Alphonsius is overleden. Hiervan wordt akte nr. 9 opgemaakt en door beiden ondertekend. Ook in de Alphabetische klapper op de akten van overlijden OVER HET JAAR 1944 wordt de datum van overlijden op 11 september genoteerd.

Aan de kaft van het register van de AKTEN VAN OVERLIJDEN 1944 wordt een met de hand geschreven briefje gehecht van Dr. L & A PINCKERS Eysden (L). (vierde foto) Hierop schrijft Dr. Pinckers: “Eijsden 14-9-’44 Ondergetekende, arts te Eijsden, verklaart dat op 12-9-’44 om 21 u overleden is Petrus Alphonsius Detry te Noorbeek (Schilberg) tengevolge van oorlogsgeweld.” Dr. Pinckers schrijft op 14 september 1944 in het medisch dossier: “Met Mad Hodiamont (oud-verpleegster) naar Schilberg gegaan, waar bij Detry een jongen van 29 jaar dood lag, met weggeslagen aangezicht en een meisje met vreeslelijke verwonding en een groote (uitgetrokken) houtsplinter (die ik gezien heb) reeds door de Amerikanen naar een hospitaal was vervoerd. De duitschers hadden dwars over de weg boerenkarren gezet. Toen de Amerikanen er al waren hebben de menschen die karren gaan weghalen, maar de smeerlappen hadden tusschen de karren een landmijn gelegd, die natuurlijk ontplofte.” (De laatste regel kan niet kloppen. Hij bedoelde in aantocht waren. GG) Enkele dagen later werd Alfons Detry begraven op het kerkhof te Noorbeek.

Bij gelegenheid van de 50-jarige bevrijding van Noorbeek, in 1994, werd gesproken over het feit dat er op geen enkele manier aandacht wordt geschonken aan het dodelijk ongeval op Schilberg, bij de bevrijding op 12-09-1944. Hierop besluit Jos Hamers, getrouwd met Fieneke Detry, samen met zijn nicht Justin Vaessen-Slenter om voor Alfons Detry alsnog een monument op te richten. Op Pinkstermaandag 5-6-1995 wordt, volgens een oud Rooms-katholiek gebruik, het smeedijzeren memoriekruis ingezegend. Dit gebeurde,  vanwege de ligging op lands- en gemeentegrens, door pastoor J. Sax van Noorbeek, pastoor Crombach van Slenaken en deken Lemmens van ’s-Gravenvoeren, misdienaar was Gaspar van Elmbt uit Slenaken. (zesde en zevende foto)

Het smeedijzeren memoriekruis is ontworpen en gemaakt door Kunstsmid Math Wanders uit Noorbeek. In een interview in juli en augustus 2001 dat ik met Math Wanders (19-11-1952) voerde, zei hij mij o.a.: Het monument heeft de volgende betekenis. Het uiteinde van de kruisboom en de beide zijden van de balk zijn gemaakt in de vorm van een gestileerde lelie, iris en lotusbloem. Dit is een Christelijk symbool voor onschuld en overwinning op de dood. De verticale lijn in het kruis, geeft de verbinding tussen hemel en aarde aan, terwijl de horizontale lijn de omarming van de aarde aangeeft. De krullen die de hoeken opvullen, zijn de perspectivische glooiingen en harmonische effecten van het Zuid-Limburgse land, waarin Alfons Detry zich thuis voelde. Volgens Math mag dit monument een plastische afbeelding zijn van het verlangen naar eeuwigdurende vrijheid.

Het memoriekruis is geplaatst langs de Provincialeweg op Schilberg schuin tegenover landsgrenspaal nr. 20. Het onderhoud van het monument is in handen van de familie Hamers-Detry.

Bij de inzegening in 1995 luidt de tekst op het schildje:

ALPHONS DETRY

1st gevallene van Nederland

Bij de bevrijding van Ned.

12-9-1944

Later wordt schildje en tekst gewijzigd en komt er een gravering in de plaats van plakletters. De naam wordt nu juist gespeld en het schildje heeft nu als tekst:

Alfons Detry

eerste burgerslachtoffer bij

de bevrijding van Nederland

12 september 1944

 

Tekst: George Gubbels, 2019.
Met dank aan:
Jaak Nijssen (Historicus en destijds bewoner van Schilberg)
Maria Vleugels-Hamers (dochter van Fieneke Detry)
Jef Meertens (zoon van Henriëtte (Jet) Detry)
Bert Melchiors (Werkgroep Wegkruisen NOORBEEK)
Memoriaal Parochie Sint Brigida.
Jo Purnot (SHOM)
Peter Hodiamont
Elza Vandenabeele.

Waar

Wanneer