105
Franse krijgsgevangenen

Na de capitulatie van Frankrijk in 1940 kwamen zo’n anderhalf miljoen Franse soldaten terecht in Duitse krijgsgevangenenkampen. Een deel daarvan lag in het Ruhrgebied, dichtbij de Duits-Nederlandse grens. De soldaten leefden er in slechte omstandigheden en verrichtten dagelijks dwangarbeid bij lokale boeren of in fabrieken. Velen van hen probeerden te ontsnappen naar Franstalig gebied. Voor diegenen geïnterneerd in kampen bij de Nederlandse grens betekende dat vaak een vluchtroute door Limburg. Tussen 1940 en 1944 werden duizenden vluchtpogingen ondernomen en ongeveer 2000 daarvan vonden plaats via Limburg. Daar schoten Limburgers hen te hulp, onder meer door het bieden van onderdak, het zorgen voor eten en het organiseren van de verdere vluchtroute richting de Belgisch-Nederlandse grens.

In het poesiealbum van Dina Hegger, een tienermeisje uit Lomm, zien we sporen van deze hulpverlening. De gebroeders J.H. Hegger en H. Hegger – familie van Dina – waren nauw betrokken bij het hulpnetwerk van de regio Arcen-Lomm-Velden. Bij aankomst in Lomm werden de gevluchte militairen in huize Hegger opgevangen. De broers hielpen ze vervolgens om de Maas over te steken richting Broekhuizen, ten westen van de Maas. Broekhuizen en Horst waren belangrijke opvangcentra voor de vluchtelingen. Via deze hulpverlening kwam Dina in contact met een boel Franse militairen. Zij schreven hun naam en adres op in haar poesiealbum. Na de oorlog zouden ze nog lange tijd contact hebben gehad.

Waar

Wanneer