26
Een piepjong joods meisje met donkere krullen

Met dank aan: Wim van der Hoeven en Ariane Volz

Nog maar zes jaar is ze in juni 1943. Een piepjong joods meisje met donkere krullen; door haar ouders in Amsterdam op de tram gezet en meegegeven aan wildvreemde studenten. Haar felgele jodenster is van haar jas getornd. Tijdens de reis naar een onbekende bestemming, raakt ze haar koffer en knuffel kwijt.

De treinreis met de studenten verloopt verder zonder incidenten en eindigt in Zuid-Limburg. Daar wordt de zesjarige overgedragen aan Peter van der Linden die haar meeneemt naar Wijlre-Stokhem en onderbrengt in de woning van de familie Van Houtem en Piet van Proemeren aan de Dorpsstraat. Voortaan heet ze niet meer Fietie Sealtiƫl, maar Fietie Leeuwaarden. Dat is de meisjesnaam van haar moeder en dat vindt ze minder joods klinken. Ze begrijpt heel goed dat het gevaarlijk is om te zeggen wie ze echt is. Dus gaat ze als een nichtje uit het noorden mee naar de kerk en leert ze de katholieke liedjes uit het hoofd. De bidprentjes en het bidboekje zal ze haar hele leven bewaren. Anders dan bijvoorbeeld Anne Frank kan Fietie zich vrij bewegen. Ze komt in de dorpswinkels en speelt met de buurkinderen. Ofschoon ze het goed heeft in het gastgezin is Fietie ook angstig en voelt ze zich in de steek gelaten door haar ouders. Ook al hebben die alles uitgelegd. Ze mist haar vader en moeder. Zo erg dat ze stiekem een kaartje naar hen stuurt. Levensgevaarlijk is dat.

De familie Van der Linden en de familie Van Houtem zijn nauw met elkaar verbonden. Samen houden ze steeds de veiligheid van Fietie in de gaten. Helaas wordt Jan van Houtem opgepakt op 21 juli 1944 en naar het concentratiekamp Sachsenhausen gedeporteerd. Nu is ook Fietie niet langer veilig. Peter van der Linden ontfermt zich over haar en brengt haar telkens op een ander adres onder. Dat worden er uiteindelijk maar liefst acht!

Na de bevrijding van Zuid Nederland gaan Fieties ouders, die zelf ondergedoken hebben gezeten in Noord-Brabant, meteen op zoek naar hun dochter. Het enige tastbare dat ze van Fietie hebben, is een fotootje en de briefkaart die ze heeft geschreven aan het begin van haar onderduikperiode in Wijlre. Omdat Fietie bovendien haar naam heeft veranderd, is het zoeken naar een speld in een hooiberg. Na weken van rondzwerven en overal informeren, belanden ze in december 1944 in Wijlre. En daar wordt Fietie, dan acht jaar oud, herkent dankzij de foto. Eindelijk is het gezin herenigd en kan de bevrijding pas echt worden gevierd.

De foto met Fietie en haar moeder Greta is kort na de bevrijding gemaakt.

Waar

Wanneer