53
Duitse parachutisten bereiden zich voor op zware gevechten

Met dank aan: gemeentearchief Roermond

Vanaf het moment dat eind november 1944 een bataljon fanatieke Duitse parachutisten in Roermond neerstrijkt, is niemand meer veilig. De losgeslagen militairen staan onder bevel van de paranoïde en door koortsaanvallen geplaagde majoor Ulrich Matthaeas. Ze oefenen een ware terreur uit, plunderen naar hartenlust en openen vrijwel meteen de jacht op alle weerbare mannen.

Kelders worden doorgebroken en onderling verbonden. Aan deurklinken bevestigen ze handgranaten. Roermond zal in een nieuw Stalingrad veranderen, ze zijn er zeker van. Gaandeweg raakt de stad in de greep van angst. De parachutisten laten niets na om die verder aan te wakkeren. Om hun verwachtingen kracht bij te zetten, breken ze het spoor af en graven ze de rails overal in het centrum verticaal in de grond. De foto is kort na de bevrijding genomen in de Paredisstraat. Halverwege rechts is het bisschoppelijk paleis te zien. Er is vrijwel niemand te bekennen; Roermond is uitgestorven.

Eerder, in december heeft Matthaeas veertien ondergedoken inwoners laten doodschieten en aansluitend drieduizend mannen op transport gesteld naar Wuppertal om er dwangarbeid te verrichten. De meerderheid van de overige Roermondenaren is tussen eind januari en midden februari 1945 naar de drie noordelijke provincies geëvacueerd. Twee weken voor de bevrijding op 1 maart is het leven uit de stad verdwenen.

Waar

Wanneer