151
De executie van Georges Romedenne

Met dank aan: George Gubbels

In de aanloop naar de bevrijding op 12 september 1944 werd op 3 september te Noorbeek Georges Romedenne door de SS geëxecuteerd. De toen 49-jarige Georges Romedenne uit de Belgische plaats Olne, landbouwer en facteur (postbode), heeft op zondag 3 september 1944 in Fléron de vroegmis bezocht en zag na afloop van de H. Mis dat Duitse militairen aan het terugtrekken waren voor de optrekkende Amerikaanse legereenheden. Hij heeft hen, in zijn handen klappend, daarop een Vive la Belgique toegeroepen. Bij de terugtrekkende Duitse soldaten viel dat niet in goede aarde. Hij werd door hen gevangen genomen, afgevoerd en meegenomen door de Voerstreek naar Noorbeek. In Noorbeek hadden de Duitsers een verzamelplek waar ze konden eten, drinken en rusten. Aldaar aangekomen werd onder de plataan bij de kerk gestopt. Daar werd Georges door de Duitsers duidelijk gemaakt om niet te vluchten omdat anders 10 Noorbekenaren opgepakt zouden worden. De parochianen, die in de hoogmis van 10.00 uur bezocht hadden, zagen toen ze kerk verlieten Georges achter in een legervrachtauto zitten. Men wist uiteraard niet waarom hij daarin zat en dat de Duitsers hem hadden meegebracht vanuit Fléron.

De vrachtauto werd later die dag geparkeerd op de cour (binnenplaats) van de kleine boerderij van de familie Duijsings, in het midden van het dorp (De poort van de boerderij van de familie Duijsings in de Dorpstraat is op de vierde foto te zien. Deze foto is genomen tijdens de bevrijdingsoptocht in 1945.). Georges werd door de Duitsers nogmaals duidelijk gemaakt dat als hij zou vluchten 10 Noorbeekse inwoners opgepakt en geëxecuteerd zouden worden ter vergelding. Hij heeft op de cour nog even rondgelopen en is verder, al die tijd zijn rozenkrans biddend, in de vrachtauto blijven zitten. Hij heeft van mevr. Duijsing nog een “bol” (soepkop in bolvorm) soep gekregen. Georges heeft ook nog met Noorbeekse inwoners gesproken die hem hebben aangespoord om te vertrekken. Hem is zelfs gezegd dat hij vanaf de cour door een voedergat in de muur, via de tuinen en weilanden erachter, ongezien kon ontkomen. Hij heeft hen duidelijk gemaakt dat hij dat niet zou doen om represailles van de Duitsers te voorkomen.

Miel Strijthaegen, destijds 15 jaar, is naar zijn vader gegaan en heeft hem verteld dat in de vrachtauto een Belgische Franstalige man zat die niet meer weg kon. Zijn vader heeft hem toen gezegd dat het dan vermoedelijk een Belgische Rexist (Ned. NSB) zou zijn die via zijn Duitse vrienden naar Duitsland gebracht zou worden.

Tegen de avond zo rond de klok van 8 uur hebben de Duitsers Georges opgehaald en zijn met hem het dorp uit gelopen. Buiten het dorp hebben de Duitsers Georges Romedenne, in de Bessemerweg, met enkele nekschoten gefusilleerd.

Inwoners van Noorbeek hebben gezien hoe hij werd afgevoerd. Een mevrouw vertelde: “Ik zie nog steeds hoe hij door 2 Duitsers en een commandant het dorp werd uitgevoerd. Ik hoor ook nog steeds het klik klak van het afmarcheren en de schoten waarmee hij werd gefusilleerd. Later zag ik hoe de Duitsers, maar nu zonder Georges Romedenne, weer terug marcheerden.” Een andere getuige vertelde mij dat het ongeveer een half uur of iets meer geduurd heeft voordat de Duitsers (dat was crapuul, SS-ers) in het dorp terugkwamen. Hij dacht dat ze Georges Romedenne naar het gehucht Hoogcruts hadden gebracht om hem af te voeren naar Duitsland.

Nadat de Duitsers weer terug waren in het dorp, waagden enkele 15-jarige jongens, w.o. Sjeng Keulders en Jean Ploumen, het om eens te gaan kijken. “Wij zijn het dorp uitgelopen en zijn iets buiten het dorp omgekeerd omdat het al iets donkerder begon te worden. Wij stikten van de angst en deden hij bijna in de broek. Op de terugweg bemerkten we dat  in een weiland op de hoek van de Bessemerweg de schapen heel erg onrustig rondrenden en aan het blaten waren. We zijn toen een paar meter de Bessemerweg ingelopen en zagen daar ter plaatse het lichaam van Georges liggen. Hij lag daar op zijn buik met uitgestrekte armen en zijn hoed iets verder van hem af. Heel erg geschrokken zijn we toen door de verlaten Bovenstraat (iedereen was binnen, alles was dicht en iedereen stikte van de angst) naar de gendarme Consten gerend. Daar hebben we onze ontdekking verteld. In eerste instantie kregen we te horen, dat wat we gezien hadden, niet waar kon zijn en dat we dat gedroomd hadden. Maar toen we heel standvastig bleven volhouden dat we goed gekeken hadden, heeft de gendarme de burgemeester ingelicht. Die is daarna naar de verzamelplaats van de Duitsers gegaan.”

De burgemeester heeft aan de Duitse commandant het geconstateerde gemeld en besproken. Die heeft toen toestemming gegeven om het lichaam van Georges naar het dorp te brengen. De wijkverpleegster, Johanna (Hodiamont-)Vliegen, werd er bij gehaald, maar zij kon uiteraard alleen maar constateren dat Georges Romedenne dood was. Johanna (Hodiamont-)Vliegen deed ook aangifte bij de burgerlijke stand, dat voor die gelegenheid ook op zondagavond 3 september 1944 werd geopend. Na de aangifte werd de akte van overlijden in de marge nog aangevuld, ook hier werd ten onrechte als woonplaats Fléron genoteerd en werd zoals op vele plaatsen de s van zijn voornaam weggelaten (tweede foto).

Het lichaam van Georges werd, met als zijn enige bezit een rozenkrans en een hoed, op een houtkar, naar een houtloods in de Bovenstraat gebracht. Vervolgens werd, door Lambert Janssen, in de timmerwerkplaats van bouwbedrijf Gubbels in de Dorpstraat (te zien op de derde foto) in allerijl, van aanwezige planken, een grafkist gemaakt en naar de houtloods gebracht. Daar werd Georges Romedenne opgebaard.

In de garage van bakkerij Strijthaegen hadden de Duitsers een opslagplaats ingericht. Ze waren bij de garage een aantal eigendommen van Georges, waaronder zijn portefeuille, aan het verbranden. Toen Miel, de zoon van de bakker, dat zag heeft hij de Duitsers gezegd dat ze bij de garage geen vuur mochten stoken omdat er benzine in stond. Een stookplaats om vuur te stoken was achterin de tuin. De Duitsers hebben aan dat “verzoek” gevolg gegeven. Toen het vuur daar brandde werd de portefeuille er op gegooid en ging men zonder nog op het vuur te letten weg. Miel heeft daarop de portefeuille uit het vuur geschopt, maar er was niet veel meer van over. Een gedeeltelijk verbrande pasfoto, met de letters Rome als een gedeelte van zijn achternaam op het legitimatiebewijs, was alles dat nog te zien was. Miel heeft dat kleine restant aan de gendarme Consten gegeven.

De gendarme Consten en zijn collega gendarme Landerloo zijn vlak nadat Georges gefusilleerd is met de beperkte gegevens, samen met de Rijkswacht van Sint-Maartensvoeren, in de grensstreek gaan zoeken naar iemand die daar vermist was en die voldeed aan het signalement. Uiteindelijk is men bij de familie Romedenne uitgekomen. Hun destijds ca. 18 jarige zoon heeft kostuum, hoed, rozenkrans en legitimatiebewijs herkend als eigendom van zijn vader. Hij heeft zijn vader dus niet gezien. Op deze wijze kon de naam Georges Romedenne aan de gefusilleerde man gekoppeld worden. Georges werd op 6 september, in stilte (men durfde niet anders, vanwege de aanwezigheid van de Duitsers in het dorp) op het kerkhof te Noorbeek begraven.

Pastoor Wehrens schrijft in het memoriaal van de parochie op 3-9-1944: “Noorbeek krijgt inkwartiering van terugtrekkende Duitschers, de meeste behooren tot de beruchte SS. Een Belg werd hedenavond reeds door hen, op den veldweg achter Kantonnier Gerards, gefusilleerd.” Op 6 september schrijft hij onder het kopje Begrafenis gefusilleerde Belg: “Woensdag 6 Sept. In alle stilte wordt de gefusilleerde Belg begraven. Na onderzoek door de politie, blijkt ’t te zijn Georg Romedenne, dien de Duitschers uit Fleront hadden meegebracht. Hij had gelachen en in zijn handen geklapt bij den terugtocht der Duitschers. Dat was zijn ,,misdaad”.” Ook schrijft hij op die dag onder het kopje Terugtocht Duitschers: “Karavanen Duitschers blijven door Noorbeek trekken, een verslagen leger. Nieuwe inkwartieringen ook op de Pastorie. De meeste jongemannen van ons dorp, houden zich schuil, uit vrees voor deportatie. Vliegmachines bestoken de terugtrekkende Duitschers. Op straat is ’t thans gevaarlijk.”

Georges Romedenne is later herbegraven in het familiegraf op het kerkhof van Saint-Hadelin, gemeente Olne (achtste foto). Men heeft altijd ten onrechte aangenomen dat hij in Fléron woonde. Aan het gemeentehuis van Olne staat op een herdenkingssteen naast de deur de naam van Georges Romedenne aangegeven onder de civiele oorlogsslachtoffers (vijfde foto). De familie Romedenne heeft in de Bessemerweg, op de plaats van de executie, in de berm een natuurstenen memoriekruis geplaatst (zesde foto).

De jaardienst van Georges heeft, tot zijn echtgenote stierf, elk jaar in Noorbeek plaatsgevonden. Bij die gelegenheid werd door de familie het memoriekruis in de Bessemerweg bezocht. Daarna werd steevast een bezoek gebracht aan de familie Strijthaegen voor een kop koffie en een stuk vlaai. Ook werd Miel nog elk jaar bedankt voor zijn bemoeienissen op die 3e september in 1944 en het redden van het restant van het legitimatiebewijs van Georges Romedenne, dat de familie als een relikwie bewaarde.

Op het graf van Georges Rommedenne staan enkele stenen plaquettes. Op een plaquette (zevende foto) staat de volgende tekst:

“A NOTRE FRERE GEORGES LACHEMENT ABATTU PAR LES ALLEMANDS A NOORBEEK (HOL) LE 3-9-1944 A L’AGE DE 49 ANS.”

 Vrij vertaald: Voor onze broer Georges lafhartig geëxecuteerd door de Duitsers te Noorbeek (Holland) op 3-9-1944 in de leeftijd van 49 jaar.

Diepgaand onderzoek leerde mij dat de term “de Duitsers” bij deze executie niet helemaal correct is. Het waren twee SS-ers die de executie uitvoerden. Mij is vooralsnog onbekend wie de derde was en wie de commandant van de executie was. Deze beiden zijn door het Internationaal Militair tribunaal in 1947 berecht voor andere oorlogsmisdaden (executies) begaan aan Amerikaanse soldaten in Oostenrijk resp. Frankrijk.

Op 12-2-1952 werd door de Direction Générale des Dommages aux personnes aan de burgemeester van Olne te kennen gegeven, dat conform artikel 2 van de wet van 28-7-1847, aan Georges Romedenne postuum de onderscheiding ”Mort pour la Belgique” wordt toegekend. Door zijn uitzonderlijke en moedige heldendaad van Georges Romedenne bleef Noorbeek, op slechts 9 dagen voor de Noorbeekse bevrijding, een grote tragedie bespaard.

Bij het onverwachte ontdekken van de naam van Georges Romedenne aan het gemeentehuis van Olne en zijn graf in februari 2014, werd contact gelegd met burgemeester Ghislain Senden van de gemeente Olne. In september 2014 werd in Noorbeek, Olne en St.Hadelin een herdenking gehouden ter herinnering aan Georges Romedenne. Zijn moedige daad zal door Noorbeekse dankbetuiging en waardering gekenmerkt blijven.

Op zijn geboortedag 14 maart in 2018 is door de Gemeente Olne een straatnaam naar hem vernoemd (negende foto). Het gebed bij de inauguratie van deze straat werd uitgesproken door Pastoor R.Graat van Noorbeek. Op het straatnaambord staat de tekst:

Georges ROMEDENNE

(14/03/1895 – 3/09/1944) Patriote olnois,

Par son action héroïque,

il a protégé les habitants du village de Noorbeek (NL)

durant la 2ème guerre mondiale.

Il fut lâchement assasiné par l’occupant.

 

Onderzoek, tekst en foto’s: George Gubbels, Noorbeek. Mijn voornaam George kreeg ik van mijn ouders als hommage aan Georges Romedenne.

Waar

Wanneer